Kamperen; mens erger je niet.

We zijn weer thuis. De wasmachine draait, de meeste spullen liggen weer op hun vaste plek en de herinneringen aan de afgelopen weken buitelen over elkaar heen.

Zoals iedere zomer, trokken wij er ook deze keer weer op uit met onze derdehands vouwwagen. Zes jaar geleden voor een relatief goedkoop bedrag aangeschaft via marktplaats, om te kijken of het wat voor ons was, zo'n wagen. Dat was het zeker en dus hebben we hem nog. Toegegeven, de versie die wij hebben, heeft veel weg van een bouwpakket. Een volgende vouwwagen mag wel iets vlotter op te zetten en af te breken zijn. Maar als ie eenmaal staat, staat er ook wat. En omdat drie van de vier kinderen voorlopig nog meegaan op vakantie (de oudste gaat niet meer mee want op haar leeftijd ga je echt niet meer kamperen met je ouders ;)), is de ruimte die deze wagen heeft ons het gepuzzel met tentstokken wel waard.

Zoals iedere zomer genoot ik volop van het eenvoudige kampeerleven. We zijn geen overdreven back-to-basickampeerders. Een plek zonder stroom vinden we onhandig. We zijn ook zeker geen luxe-kampeerders. Er gaan geen toeters en bellen mee, de was doen we met de hand en een gebied waar het af en toe regent, is voor ons geen probleem. We hoeven zeker geen luxe camping, maar WiFi is (voor de kids) wel een vereiste. Kortom, wij zijn heel gemiddelde kampeerders.

Een van de dingen die ik heerlijk vind aan kamperen is me verbazen over andere kampeerders.
Een kleine opsomming van dingen die me verbaasden:


  • mensen die hun handen niet wassen na een toiletbezoek;
  • mensen die een camper zo groot als een voetbalveld hebben, en dan nog een dakkoffer nodig hebben om alle spullen in te kunnen vervoeren;
  • mensen die zonder enige schaamte over de -toch heel duidelijk met heggetjes afgeschermde- kampeerplek van de overburen lopen omdat dit een bocht afsnijdt en je geen zin hebt om extra stappen te zetten;
  • mensen die hun hond op het pad van de camping zijn behoefte laten doen en dit niet opruimen;
  • kinderen die van 's morgens vroeg tot 's avonds laat zitten te gamen bij 'de WiFi';
  • mensen die bij de eerste regenbui onmiddellijk de boel oppakken en verkassen naar een gebied waar de kans op regen vrijwel nihil is (niet dat ik dagen achtereen in de regen wil zitten, maar kom op, van een paar buitjes valt je vakantie niet in het water);
  • mensen die na het afwassen een complete ravage van pastasaus op het aanrecht en een verstopte gootsteen achterlaten;
  • mensen die heel hard gaan zuchten als ze twee minuten moeten wachten tot er een afwasplaats vrij is;
  • mensen die zich aan alle bovenstaande punten bij anderen ergeren. 
Ik schreef al, ik vind het leuk om me over anderen te verbazen. En ik zal eerlijk toegeven dat ik ook meteen een mening klaar heb. De vrouw die niet de moeite neemt de uitwerpselen van haar hond even op te ruimen, terwijl deze pal voor het speeltuintje gaat zitten, vind ik eigenlijk behoorlijk asociaal. Net zoals de man die de gootsteen niet netjes achterlaat. Mensen die hun handen niet wassen nadat ze op het toilet hebben gezeten (zeker op een openbaar toilet), vind ik vies. Als iemand achter mij heel hard zucht wanneer mijn jongste dochter het bestek mes voor mes afwast, hoeft deze persoon niet te rekenen op heel veel welwillendheid van mijn kant. Ik ga mijn dochter niet opjagen doordat iemand anders vindt dat de beginnende afwaskunsten van mijn dochter haar twee kostbare minuten kosten. Maar toch denk ik dat me erover verbazen, iets anders is dan me eraan ergeren. 

En dat verbaasde me eigenlijk van mezelf. Ik ben nogal ongeduldig aangelegd en erger me namelijk best wel snel als iets niet gaat zoals ik het bedacht had. Ik zit mopperend achter het stuur als mijn voorganger te laat ziet dat het stoplicht op groen sprong en er zelf nog net doorheen rijdt, maar ik dus op de volgende groene ronde moet wachten. Ik laat mijn fietsbel bijzonder nadrukkelijk horen als er een aantal scholieren met drie of vier personen naast elkaar het hele fietspad in beslag nemen terwijl ik er langs wil. Ik prik ongeduldig in de aardappelen als deze maar niet gaar willen worden, terwijl ik nú wil eten. 

Op vakantie geheel anders. Ik glimlach de ongeduldige vrouw toe en bedank haar voor het wachten. Ik wijs mijn dochter op de hondendrol zonder er iets bij te mopperen over asociale hondenbezitters. Ik peuter zelfs de etensresten van mijn voorganger uit het putje van de gootsteen. 
Wat een dienstbaarheid. Wat is het heerlijk om me niet te ergeren. Wat scheelt het veel negatieve energie. Ik sta verbaasd van mezelf. 

Van onze campingburen kregen we een van de eerste vakantiedagen een reiseditie van het spel mens-erger-je-niet cadeau. Zat bij een van hen in het kerstpakket en ze deden er nooit wat mee. Ik was van plan om het aan het einde van onze vakantie ook weer door te geven aan andere kampeerders, onze spelletjesvoorraad is groot genoeg. Maar toen we gingen inpakken, en ik het spel in mijn handen had, besloot ik het toch mee naar huis te nemen. Als aandenken. In de hoop dat mijn leven een wat hoger mens-erger-je-nietgehalte blijft houden. 

Reacties

  1. Jeetje, je observaties over de collega kampeerders verbazen mij ook zeg. Sommige dingen zijn ook best asociaal gedrag.

    Heerlijk dat je geen ergernis voelt tijdens de vakantie, en kunt genieten van al die gedragingen : )

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Ontslag

De juf en het koekje

Een nieuwe werkplek