Uit de bubbel stappen

Ik heb het al voorbij zien komen in diverse blogs die ik volg (volgens mij is Mariimma de initiator): de rijke, witte bubbel. Oftewel: omgeven worden door autochtonen die een achternaam hebben in de categorie Jansen of De Vries, met een keurig inkomen.

Toen ik nog in loondienst werkte, had ik daar minder last van. Ik kwam dankzij mijn baan  ook mensen buiten die bubbel tegen. Nu ik alleen nog als zzp'er werk, en daarbij voor een groot deel totaal ander werk doe dan ik in loondienst deed, merk ik dat ik toch meer in de bubbel zit dan ik in eerste instantie dacht.
Nog steeds heb ik contacten buiten de bubbel, maar toch wel een heel stuk minder. En ik merk dat ik me daar niet heel prettig bij voel.

Ik heb daar eens over nagedacht de laatste tijd. En ik kom tot de conclusie dat ik al vaker wat onrustig van die bubbel werd, al was ik het me niet direct bewust.

Als kind wist ik nog niet van het bestaan van dergelijke bubbels. Ik groeide op als dochter van twee werkende ouders met inkomsten ver boven modaal, in een groot huis met flinke tuin. Heerlijk, die ruimte!
Maar dat huis stond dan wel weer in een buurt waar maar weinig mensen ABN spraken. Een van mijn vriendinnetjes uit de buurt, verdween plotseling. Later hoorde ik dat het gezin op de vlucht was geslagen omdat de politie achter vader aanzat vanwege malafide praktijken. Onze buurt twee wijkagenten, in plaats van één zoals in andere wijken, en niemand keek raar op als je Turks of Marokkaans hoorde praten, wat in een aantal andere wijken in de stad een zeldzaamheid was.
Zo'n buurt. En ik vond het prima. Ik trok op met kinderen van mijn keurige, blanke school die een wijk verderop stond, en ik trok op met kinderen uit onze kleurrijke buurt. Ik zat in twee vriendengroepen en dacht daar verder niet over na.

Naarmate ik ouder werd, werd de vriendengroep hechter, kleiner en blanker. Dankzij huiswerk en sport was er minder tijd om elkaar op te zoeken. Ik ging als enige van de club naar het VWO, waar ik aardig vlot doorheen rolde. Niet iets waar ik trots op was, in tegenstelling tot veel klasgenoten die ik daar had. Sterker nog, ik schaamde me er tegenover mijn vrienden van thuis soms over. Zij deden allang een echte opleiding, hadden stoere verhalen over stages en ik zat nog steeds op school en leerde het periodiek systeem uit mijn hoofd. Waar je dus he-le-maal niks aan had (maar wat ik stiekem best leuk vond, alleen zei ik dat natuurlijk niet hardop tegen degenen die door hun stage in zorg of techniek wel een echte bijdrage leverden aan de maatschappij).
Gelukkig zat ik ook nu weer in 2 vriendengroepen, ik had ook een groepje schoolgenoten om me heen, die dus allemaal VWO deden en daar redelijk normaal onder bleven. Maar die twee groepen mengden zich nooit. Ik was of bij de ene groep, of bij de andere. Daar begon ik toch wel wat over na te denken. Het zorgde voor onrust.

Na het VWO volgde een HBO-opleiding. Tot grote verbazing van veel klasgenoten en docenten. 'Wat moet je toch op het HBO als je ook naar de Universiteit kan?' Zelfs een aantal mensen uit mijn VWO-vriendenclub begreep het niet. En ik kon het zelf ook niet goed aangeven. Ja, ik wilde graag een praktische opleiding. En ja, ik wist wel dat de studie die ik ging doen ook op WO-niveau gevolgd kon worden, maar ik wilde gewoon geen WO. Ik zat niet te wachten op elitaire studentenclubjes. Maar wat ik dan wel wilde?

Toen ik eenmaal op het HBO zat, werd me langzaam maar zeker duidelijk wat ik altijd had gemist in beide vriendengroepen: diversiteit.
Ik kwam in een klas met mensen die doorgestroomd waren vanuit het MBO. Die alle praktijkopdrachten met twee vingers in de neus wisten op te lossen, maar avonden achtereen in hun boeken tuurden als er een theoretisch tentamen aankwam. Ik had veel meer moeite met de praktijkopdrachten en haalde ieder theoretisch tentamen met weinig inspanning. En allebei was prima. We sleepten elkaar erdoorheen. Er zaten ook zij-instromers in mijn klas (hoewel ik niet geloof dat we die toen zo noemden) met weer een heel andere achtergrond. Fijn! Bovendien had niet iedereen dezelfde culturele achtergrond, fantastisch!

En dan had je nog mijn bijbaantje. Waar ik de categorie buurtgenoten van vroeger weer tegenkwam. ABN praten was er nauwelijks bij, intellectueel daagde het werk voor geen meter uit, ik zou het niet als vaste baan kunnen volhouden, maar plezier hadden we. We lachten net zo hard met elkaar als om elkaar. En naarmate we elkaar beter leerden kennen, ontdekten we dat we ondanks onze verschillende opleidingen, politieke voorkeuren en hobby's eigenlijk ook veel gemeen hadden.

Diversiteit. Ik mis het weer een beetje. Mijn omgeving bestaat nu weer overwegend uit de bubbel. Maar uit ervaring weet ik dat er buiten die bubbel ook veel te beleven valt. En te leren valt! Heel veel te leren valt, al is het maar een lesje nederigheid en respect voor mensen die keihard werken voor echt heel weinig geld. Voor mensen die misschien op een andere manier met elkaar omgaan, andere normen en waarden hebben..., maar die net zo mens zijn als ikzelf.

Ik heb na de HBO-opleiding alsnog een Master op WO-niveau gehaald. Ik vind leren nu eenmaal leuk. En diep in mijn hart miste ik toch die intellectuele uitdaging. Hoor ik bij de bubbel? Hoor ik niet bij de bubbel? Ik voel momenteel dezelfde onrust in me als toen ik tegen wil en dank op het VWO zat.

Vorige week kreeg ik een vacature doorgespeeld. Met een dikke knipoog van degene die me erop wees. Bedoeld als grap.
Hetzelfde werk dat ik deed in mijn bijbaan. Voor slechts een dag per week, zes weken lang. Voor een netto dagloon dat ik nu bruto bijna in een uur verdien. Financieel natuurlijk ontzettend onverstandig. Maar toch... ik heb de vacature opgeslagen. 6 weken even weer uit die bubbel. Ergens trekt het me enorm... Ik heb nog een week waarin ik kan solliciteren. Ik ben er nog niet uit.




Reacties

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Ontslag

De juf en het koekje

Een nieuwe werkplek