De economie is een donut

In de Flow (dat tijdschrift) die gisteren op de mat viel, las ik een interview met Kate Raworth, een Britse econoom, als docent en onderzoeker verbonden aan Oxford University. Volgens haar is de economie een donut. Zo'n metafoor smaakt natuurlijk naar meer! (<-- inkoppertje, die zin. Kon het niet laten ;). )

De economie is dus zoet en bij voorkeur voorzien van een knapperig chocoladelaagje. Een economie om van te watertanden...

Dat was echter niet helemaal de juiste insteek. In het interview legt Raworth uit wat ze wél voor ogen heeft. De donut is een veilige, economische plaats waar in de basisbehoeften (voedsel, kleding, onderdak maar ook gezondheidszorg en onderwijs) van de mens wordt voorzien. Het gat middenin de donut staat voor de plaatsen in de wereld waar níet in die basisbehoeften kan worden voorzien. Mensen moeten uit dat gat zien te komen, op de donut zelf. De donut heeft echter ook een omtrek aan de buitenkant. De kunst is om die te respecteren en er aan die kant niet vanaf te vallen. Want aan de buitenkant van de donut rollen, staat volgens Raworth voor het aantasten van natuurlijke hulpbronnen.

Goed, ik kon er nog niet zo heel veel mee. In mijn hoofd klonken direct allerlei kritische stemmetjes,  maar ik las toch nieuwsgierig verder.

Een paragraaf verder trok Raworth van leer tegen de huidige modellen waarin de economie voorgesteld wordt als een stijgende lijn van groei. Een lineair model dat niet stopt. En dat klopt niet, aldus de goed opgeleide econoom in kwestie. Al het goede stopt een keer met groeien. De volwassen fase van evenwicht is dan bereikt. En onze economie heeft die fase nu bereikt. Of is eigenlijk al over de balans heen. Wanneer het NBP groeit, kunnen achterstanden afnemen maar gaat dit ten koste van ecologische hulpbronnen. En uiteindelijk helpen we onze eigen economie en samenleving om zeep doordat we alsmaar door willen groeien en zonder hulpbronnen komen te zitten.

Raworth erkent dat economische groei noodzakelijk is. Zonder deze groei zijn menselijke omstandigheden niet te verbeteren. Maar, merkt ze daarbij fijntjes op, er is geen enkel land dat ecologische achterstanden heeft weggewerkt met economische groei. Ze roept op tot activisme: er moet een nieuw begrip komen van wat vooruitgang is en welke economie we daarbij willen creëren. De 'homo economicus' (competitief, egocentrisch, rationeel wezen dat werken haat en in luxe wil baden) is waar onze economie op gebaseerd is, en deze mens bestaat niet. Bovendien leert de geschiedenis ons dat groepen die samenwerken en elkaar dingen gunnen het verst komen. Dus daar moeten we ons meer op gaan richten. Bewustere keuzes maken over eten en reizen, bijvoorbeeld.

Volgens mij is dat allemaal niet zo nieuw. Roken is slecht, bewegen is goed. De fiets is beter dan de auto en zonnepanelen horen op ieder huis, enzovoort, enzovoort. Maar dat hiermee de economische groei verandert in een economische balans..., ik zie het nog niet zo voor me. Hoe zit dit met 'geld voor je laten werken'? Heeft het, stel dat we allemaal de donut omarmen, nog zin om te beleggen (iets waar ik in 2019 eindelijk mee wil starten en me nu in aan het verdiepen ben)? Of ben je straks beter af als je de eigenaar van een bos bent? Worden zonlicht en wind (ecologische hulpbronnen) verhandelbaar? Zo ja, hoe? Is een zelfvoorzienend leven straks de enige weg naar een FIRE of HOT bestaan?

Het artikel levert me meer vragen dan antwoorden op. Uiteraard past het complete gedachtegoed van Raworth ook niet op drie tijdschriftpagina's. Daarom heb ik in de bibliotheek het boek van Kate Raworth gereserveerd. Ik ben er wel benieuwd naar. Hopelijk maakt dat de donut wat duidelijker.

En zo niet, dan eet ik hem op.

Referentie:

Raworth, K. (2017). Donuteconomie: in zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw. Amsterdam, Nederland: Nieuw Amsterdam.






Reacties

Populaire posts van deze blog

Ontslag

De juf en het koekje

Een nieuwe werkplek