Wat mag goed onderwijs kosten?

Een van onze kinderen zit in groep 8. Dat betekent dat we dit jaar met haar op zoek moeten naar een geschikte school voor volgend jaar. Niet voor het eerst, haar broer en zus gingen haar al voor.

Broer en Zus hebben zitten niet bij elkaar op school. Het toeval wil, dat in groep 8 ook een meisje zit dat een broer en zus heeft die beiden op dezelfde scholen zitten als onze oudste kinderen. De moeder van dat meisje schoot me vorige week aan op het schoolplein. 'Weet je dochter al naar welke school ze volgend jaar gaat?'

Al kletsend ontdekten we dat wij als ouders een duidelijke voorkeur hadden voor één van die twee scholen. Beiden hadden we daar positievere ervaringen. We merkten allebei op dat ons kind daar beter in beeld was, en ook herkenden we elkaar in het idee dat het onderwijs daar op een betere manier vorm krijgt, dan op de andere school. Voor het gemak noem ik de school van onze voorkeur, school A.

'Toch hoop ik dat mijn dochter niet voor school A kiest,' zei de moeder tot mijn verbazing. Ik vond het nogal een vreemde uitspraak na onze gezamenlijke lofzang.
'Waarom niet?' vroeg ik.
'De kosten. Ik had er bij onze zoon geen rekening mee gehouden dat school A zo'n stuk duurder is voor ouders.'

Dat herkende ik wel. School A werkt met iPads. Van ouders wordt verwacht dat ze deze zelf betalen. Bovendien zijn er op school A uitwisselingen met andere Europese scholen. Deze zijn niet verplicht, maar wel erg leerzaam. En uiteraard erg gezellig. Ook hiervoor vraagt de school een behoorlijke bijdrage van ouders. Natuurlijk is er een fonds waar je terecht kan als je deze kosten onmogelijk op kunt hoesten. Maar de stap naar zo'n fonds is groot. En waar ligt de grens van 'onmogelijk'?

Voor ons waren de kosten te overzien. Natuurlijk, het zijn investeringen maar hoewel wij ze voelden in onze portemonnee, konden wij ze maken zonder ons in allerlei bochten te wringen. Daar komt bij dat we onze kinderen ook graag goed onderwijs willen bieden, en dat geeft zo'n uitgave emotioneel een prima bestaansrecht.

Nu weet ik dat er in het gezin van de moeder die ik sprak, minder inkomsten zijn dan wij gewend zijn. Hoewel haar man en zij allebei een baan hebben, werken ze niet in een sector die bekend staat om hoge inkomsten en de banen díe ze in die sector hebben staan ook niet bekend als de best betaalde  functies. Ze vallen wel vaker tussen wal en schip. Een hypotheek krijgen voor een huis in onze stad zit er niet in. Maar ze verdienen wel weer teveel om voor huursubsidies in aanmerking te komen. Gevolg is dat ze een huis huren tegen belachelijk hoge maandlasten. Wij zijn aan onze hypotheek minder kwijt per maand, en hebben de wetenschap dat het huis ooit van ons zal zijn. Goed, zij hebben geen noemenswaardige onderhoudskosten..., maar ik denk niet dat die het verhaal break even maken.

Terug naar de kosten voor onderwijs. In principe hoef je als ouders geen bijdrage te leveren voor (digitale) leermiddelen, dit mogen scholen nooit verplicht stellen. Als scholen ervoor kiezen om hun onderwijs digitaal aan te bieden, zullen ze hier zelf de financiën voor moeten ophoesten. Het probleem is alleen dat scholen dat geld vaak ook niet hebben. School A heeft dit opgelost door de schoolboeken zowel op papier als digitaal aan te leveren. In principe is het nu ook mogelijk om zonder iPad het onderwijs te volgen. Maar de iPad bied wel degelijk meerwaarde. Opdrachten zijn lang niet altijd schriftelijk. Het komt regelmatig voor dat onze zoon een filmpje moet maken waaruit blijkt dat hij de lesstof heeft begrepen (kinderen zonder iPad mogen dan een verslag in een mapje inleveren). Soms is het zo dat hij een digitale quiz moet maken om zijn voortgang te testen. Ook zijn er veel docenten die als extra uitleg links geven naar filmpjes. Loop je thuis vast bij je huiswerk? Check dan even dit filmpje, misschien gaat er dan een lampje branden. Kortom: de iPad heeft wel degelijk meerwaarde.

Terwijl ik nadacht over de opmerking van de moeder die ik sprak, schoot me een opmerking van mijn zoon te binnen, direct na de zomervakantie. 'We hebben eindelijk iemand met een hoofddoek op school.' En direct daar achteraan schoot me een opmerking van vorig jaar te binnen. Zoon had een uitwisseling met een buitenlandse school en daar waren ze heel verbaasd dat vrijwel de hele Nederlandse delegatie blank was. 'Wat een rascistische school hebben jullie,' werd er gekscherend gezegd.

Uiteraard zijn blank en rijk niet synoniem aan elkaar, net zomin als gekleurd en arm. Zonder moeite kan ik een aantal gekleurde kennissen opnoemen met een hoger inkomen dan wij hebben. Maar ik weet ook dat in onze stad, die qua huidskleur allerlei variaties laat zien, de armere wijken toch ook de gekleurdere wijken zijn. Kennelijk zitten de kinderen uit die wijken niet bij mijn zoon op school, hoewel dat wat afstand betreft best een logische keuze zou zijn.

En dat brengt mij bij de vragen: wat mag goed onderwijs kosten? Hoever mogen scholen gaan? Hoever kunnen ouders gaan?

Het laatste wat we willen is ongelijke onderwijskansen. Hoe groot is dit probleem? Een rondje Google leert me: best groot.

Aan de ene kant ben ik dankbaar voor het feit dat wij onze dochter -als ze dat wil- naar school A kunnen laten gaan. Aan de andere kant vraag ik me af hoe lang dit 'goed' blijft gaan. Over het algemeen vind ik, en mijn omgeving gelukkig ook, dat mijn glas vaak halfvol of voller is. Maar als het om onderwijs en financiën gaat, houd ik mijn hart vast. Leraren die niet krijgen waar ze recht op hebben, zij-instromers al na 6 weken zelfstandig voor de klas wegens een ernstig lerarentekort, docenten zonder toegang tot wetenschappelijke bronnen, bezuinigingen in het MBO waar zoveel waardevolle kennis verloren gaat... wij zijn een kenniseconomie. Maar voor hoe lang nog? Wat mag goed onderwijs ons allen kosten?



Reacties

Populaire posts van deze blog

Ontslag

Onze hypotheek gaat veranderen (deel 2)

Onze hypotheek gaat veranderen